Wat ik leerde van mijn eerste kindje, mijn hond

Wat ik leerde van mijn hond.png

Life is like a box of chocolates - you never know what you’re going to get.

Ik hoop dat ik met deze tekst vandaag andere mensen kan helpen in hun verdriet als zij hun huisdier moeten afgeven.

Wat ik leerde van mijn hondje, mijn kindje en de ervaring van haar te laten gaan is dat je het weet in elk stukje van je lichaam en gedachten. Je weet wanneer het de laatste keer is met haar. Je voelt het gewoon. Zij liet het me ook voelen.

Ik moest mijn verdriet kwijt over jou, Lilly. Ik wil op deze blog meer van mezelf tonen, en ook een verdrietig moment in mijn leven. Als ik dit schrijf, is het net 3 dagen geleden dat ik jou, ons hondje Lilly, hielp te gaan. Over de regenboogbrug. Zaterdag 9 februari was je zo zwak, je kaarsje was uit. Ik voelde het vrijdag al aan in mijn hart, maar ik wilde het niet geloven. Ik koesterde nog valse hoop. Alles zou nog wel goed komen met mijn liefste schat. Je was er altijd al geweest.

Maar aan alles komt een einde. En spijtig genoeg zijn onze lieve diertjes niet lang genoeg bij ons. Het had anders moeten zijn, maar zo loopt het leven nu eenmaal.

Lilly de wijze hond

Je was een ongelooflijk brave hond. Eéntje uit de duizend, mag ik écht zeggen. Lilly blafte nooit. Eén kef om binnen te komen als je in de tuin had rondgehuppeld, of héél af en toe plots een kef om te laten weten dat je er ook nog was. En anders? Hoorden we je nooit, maar was je er altijd.

Je gedroeg je in alle opzichten zo. Je was er altijd, maar altijd op de achtergrond. Je hield van ons, en ook van mijn grootmoeder en ouders, waar je je tweede thuis had.

Lilly was rustig. Je likte graag. Mijn tenen, voeten, benen, alles wat was ingesmeerd - vond je geweldig. Of Bart’s benen als hij net uit de douche kwam. Je was als jonge hond heel nieuwsgierig en kwam altijd kwispelend gedag zeggen. En aanhankelijk was je ook. Soms koppig, zoals het een Cocker betaamt. En totaal niet dominant. Doodbraaf.

Maar je was ook wijs. Op bepaalde momenten ging ik met mijn verdriet bij je uithuilen. Je keek me dan aan met begrijpende ogen en legde je kopje op mijn schoot om te zeggen dat het wel ging beteren. En soms geeuwde je en keek je weg om te zeggen hoe saai ik wel was met al mijn gesnotter. Altijd leerde je me een les. Want emoties komen en gaan. En dat snapte jij.

Jules and Louis blog - Lilly.png

Ons eerste kind

Jij was ons eerste kind. Harige kindje. Een hondje dat er kwam omdat ik het heimwee gevoel niet kon gewoon worden hier in Brugge. Ik voelde me alleen hier, vond niet direct aansluiting bij anderen. En toen kwam jij plots in ons leven. Je werd geboren op 1 augustus 2007 in Panningen, Nederland. We hadden het nestje al eens mogen gaan bekijken en ik had toen een klein “piraatje” vast. Een klein wit bolletje pluis met zwarte oortjes en zwarte vlekken rondom haar bruine kraaloogjes, ik vond dat je op een piraatje leek.

Het was liefde op het eerste gezicht.

Ik had ongelooflijk veel koosnaampjes voor je. Ons mieke, ons mieke muis, prutske, molleke, foefke, onze Lilly Crocodilly, Lilly Lekpot (of “lakpot” zoals wij zeggen in Brasschaat)… je reageerde altijd blij op al die dingen. Ik kon je ook altijd aanhalen en je was altijd de eerste om bij mij te komen knuffelen.

We gingen met je mee naar de hondenschool, wandelingen maken en stoeien op de zetel…

Baasje was er om naar te luisteren, en ik, ‘t vrouwtje, was er om je te vertroetelen. En dat deden we graag samen in de zetel.

Jij hielp me uit mijn isolement. Jij hielp me om minder heimwee te hebben. Jij gaf me liefde. Altijd. Elke dag.

Ik voel je nog bij mij komen liggen, de avond voor ik moest gaan bevallen. Je wilde altijd maar op mijn zware buik komen liggen toen ik hoogzwanger was van Jules. Lilly voelde nog voor ik het door had dat ik zou moeten bevallen. Je kwam op me liggen om me te beschermen en de baby in mijn buik.

Na de bevalling van zowel Jules als Louis accepteerde je onze twee zoontjes volledig zonder problemen. Ze waren een stuk van je familie.

Ik wist dat honden onvoorwaardelijk liefhebben, maar je was het toppunt van lief zijn. Je was de liefste. Nooit boos, nooit jankte je als je pijn had. De jongens waren soms wild, en als je nog jong was, kroop je onder tafel als je bang werd, maar je zou nooit gebeten hebben. Zo was je niet. Je werd soms weggeduwd door de kindjes, en dan nog bleef je lief en vriendelijk aan komen lopen als we je riepen.

En had je pijn, kermde je nooit. Je liet het zien, maar je kloeg nooit. Ik besefte het pas als ik je heb laten gaan zaterdag. Toen heb ik je bedankt om zo’n sterke hond te zijn. En om mij te laten inzien dat alles draaglijk is.

Ik heb ongelooflijk fijne momenten met je beleefd.

Je werd ziek

Twee jaar geleden toen je met spoed moest geopereerd worden, waarschuwde mijn dierenarts al dat het nog lang kon duren, maar dat je leventje ook kort kon zijn. Ze hadden overal tumoren gevonden. Lilly was nooit gesteriliseerd of gecastreerd geweest.

En toen je bleef menstruatie maken én je achterste volledig gezwollen bleef, moest met spoed alles eruit gehaald worden. Ik besefte toen pas dat jij er ook wel eens niet meer zou kunnen zijn, want daarvoor nam ik je liefde en aanwezigheid soms als vanzelfsprekend.

Sorry daarvoor Lilly.

Maar dan nog bleef je goed. Een tijd na de operatie hadden we je, omdat je altijd zo verlekkerd was op eten, een paar stukjes stoofvlees als proevertjes in je bakje gelegd. Ook al waren de stukjes niet te groot, je had je er zo op verlekkerd dat je te hard had geschrokt en er een brokje was blijven steken in je keelgat. Je hoestte en dan daarna deed je zo raar, dat ik pas na een paar seconden besefte dat je aan het stikken was.

Ik dank nog altijd iedereen hierboven dat mijn man thuis was toen. Ik heb toen in paniek zitten duwen en roepen op en naar mijn man en al snotterend zitten jammeren dat hij iets moest doen. “Ze mag niet dood”, riep ik altijd maar. En effectief, toen die moment op ons terras toen ik je zag flauwvallen en je plasje uit je lijf stroomde, dacht ik écht eventjes. Nee. Dit kan niet. Ik ben niet klaar om jou af te geven.

En Bart heeft je er door gekregen. Hoe, weet hij zelf nog altijd niet. Maar je kwam er door. En dat alleen al maakt me zo enorm dankbaar voor de laatste twee jaren dat je er nog wel was.

Jules and Louis blog - wat ik leerde van mijn hond - Lilly en Luna.png

Vriendin Luna

Je zat dikwijls al eens bij mijn ouders omdat we dan soms ergens naartoe moesten waar jij niet mee naartoe kon, en dan bleef je een weekje logeren bij mijn ouders. Zo konden we je dan in het andere weekend terug ophalen. Langs de ene kant vond ik dat wel eens fijn voor mijn ouders, maar ik miste jou altijd. Alhoewel je je daar ook volledig thuis voelde want je had daar je vriendinnetje Luna.

Luna was ook nog een speciaal hondje voor mij. Haar koos ik als puppy uit bij Jos & Lydie thuis, waar jullie ook later allebei werden getrimd. Luna was helemaal anders van karakter dan Lilly. Luna was dé speelvogel, zelfs nog op latere leeftijd. Ik zag mijn moeder verdrietig zijn en ik dacht dat Luna de leegte wel zou kunnen vullen. Ik woonde toen nog thuis.

Mijn mama vergeleek Luna in het begin héél fel met Lotje, de vorige hond waar ze een ongelooflijk goeie band mee had. Ik vond Luna geweldig, ze speelde en je kon er ongelooflijk wild mee doen. Ze was een losbol. Vlijmscherpe tandjes ook. Zo beet ze eens mijn nieuwe Adidassen kapot, kwaad was ik toen! :-)

Toen we dan 3 jaar later jou hadden, werden jullie dikke vriendjes. Toen was Luna al volwassen en jij nog dat zot spring-in-t-veld. Jij vond Luna ongelooflijk fijne oren hebben, en hing regelmatig aan of in haar oren. Tot Luna het beu was en een corrigerende blaf of hap gaf. En dan wist jij weer direct waar je plekje was.

Luna werd de soulmate van mijn moeder. Op het laatste van haar leven wilde ze niets liever dan tegen mijn mama aan te hangen of toch liefst zo dicht mogelijk te zijn bij haar. Ze was 15 en zwaar ziek. Mijn ouders lieten haar inslapen op 31 januari. Jij zat toen al weer een paar dagen bij mij thuis. En toch had je het gevoeld dat Luna slecht was, want je probeerde toen vaker op mijn mama’s schoot te kruipen en Luna weg te duwen.

Samen over de regenboogbrug

De eerste week dat je terug bij mij thuis was op zondag 27 januari, was je nog ok. Je was de week voordien ziek geworden bij mama. Mama belde 21 januari om te zeggen dat ze met jou naar de dierenarts ging. Ik weet niet waarom, maar ik had er een slecht gevoel over. Mama belde terug na de middag en zei dat het een verkoudheid was. Een kleine zucht van opluchting, al bleef dat slechte gevoel diep vanbinnen hangen.

Je had toen net twee maanden gelogeerd bij mijn ouders. Dat was door allerlei omstandigheden een beetje lang geweest. Na de feestdagen hadden Bart en ik met de kindjes drie dagen Londen gepland. Ik sukkelde toen al met mijn rugpijn, dat daarna een hernia bleek te zijn. Ik kon na dat tripje amper nog lopen en mijn mama had aangeboden om op jou te passen, zodat zij jou ook naar Jos kon brengen om getrimd te worden. Ik was daar dankbaar voor, want ik had met al die pijn al genoeg aan mijn hoofd en wist toen eventjes niet goed hoe ik ons huishouden allemaal zou organiseren. En ik wist dat jij ook een goeie tweede thuis had bij mijn ouders. En je had Luna daar. Dus dat maakte het minder moeilijk, al miste ik je wel alle dagen. Je was nog altijd mijn hond.

En je mag me zot verklaren, maar toen mama belde op 31 januari om te zeggen dat ze Luna had laten inslapen, wéét ik 100% zeker dat jij het ook hebt gevoeld wanneer Luna dood is gegaan.

Want vanaf toen ging het ook bergaf met jou.

Al zag ik dat nog niet. Of ik wilde het niet zien.

29 januari ben ik met jou opnieuw naar onze dierenarts geweest, omdat je nog steeds raar adem haalde. Je kreeg opnieuw een inspuiting met antibiotica en pilletjes, want je had opnieuw schimmelvloei in je neusje. Ook je vacht was dof en je had zwarte schilfertjes op je huid overal. Op dat moment had het gesneeuwd en had ik nog fel veel rugpijn, maar toch heb ik je naar binnen gedragen en op de tafel gezet. Je was toen nog zo vinnig en wilde altijd bij mij zijn, wat mis ik dat nu.

De dagen na de dierenarts wilde je niet veel eten. Ik maakte me niet echt zorgen, want ik weet dat je na inspuitingen nogal moe kon zijn én je sliep ook veel de laatste jaren. Maar na een weekje begon ik me ongerust te maken. Pas op dinsdag 5 en woensdag 6 februari at je nog eens wat. Een heropflakkering?

Ik was er zo blij om dat ik je zo erg aanhaalde, dat je stond te kwispelen aan je etensbakje. Maar ik had ook zelf overal pijn en ik ging vroeg slapen. Ik was donderdag koortsig. Jij voelde je ook niet denderend, want je sliep bijna continu. Je werd zelfs amper wakker, tot ik op den duur schrik kreeg om donderdagavond terug te gaan slapen - wie weet zou ik je wel dood vinden op vrijdag, dacht ik nog. Pas op vrijdag, toen ik stond te poetsen, zag ik twee plekken op het tapijt. Waarschijnlijk had je één van de andere dagen ook je eten gewoon terug overgegeven. Dit klopte niet.

Honden vertellen je altijd iets

Ik zag het op die moment nog niet, maar een hond vertelt je altijd iets. En jij wilde me vertellen dat het jouw tijd was om te gaan. Keer op keer wilde je het me zeggen, maar ik zag het niet.

Op het moment zelf probeerde ik je beter te maken, want jaja… ook ik was koppig en wilde je nog niet opgeven. Ik gaf je homeopathie, om je erdoor te krijgen en om je eetlust op te wekken. Alle kleine beetjes hielpen, dacht ik zo.

Jij was ook koppig tijdens de laatste dagen van je leven. Je deinsde op donderdag duidelijk achteruit toen ik je een koekje gaf. Je wilde mijn koekjes niet meer, noch je eten. Ik werd er verdrietig en radeloos van. Je wilde ook niet meer dat ik je pakte, je bleef niet liggen bij mij.

Je liet me ook alleen in de zetel liggen, je bleef liever liggen in je eigen mandje. Tot op het laatste bleef je wel op mijn stem reageren. En kwam je op je laatste krachten naar me toegelopen, ook al zakte je vrijdag nog door je pootjes. Als ik dit nu typ, stroomt mijn hart over van liefde voor jou, ik snap niet dat ik het toen niet zag. Je keek meerdere keren naar me om te zeggen: het is goed zo, ik ben te oud. Toen zag ik het aan als ‘ik ben ziek, help mij’, maar eigenlijk wilde je me zeggen: ‘ik ben ziekjes, vrouwtje, laat me gaan’.

En dat deed ik dan ook. Zaterdag 9 februari om 13u30. In Brasschaat. Samen met mijn mama.

Haar laten gaan is dan ook iets wat ongelooflijk moeilijk is. Het verdriet komt in vlagen. Voor sommige mensen is dat onbegrijpelijk, want “het is maar een hond”. Nee, voor mij is het een stuk van mijn leven. En zij nam een stuk mee afgelopen zaterdag...

Ik liet haar cremeren. Op de plaats waar ze lag, staat nog altijd haar mandje en het dekentje. Ietsje erboven, op de schoorsteenmantel, staat haar foto, met haar naamplaatje en een vers bloemetje en een kaarsje. De rest van haar spulletjes heb ik al opgeborgen, maar haar mandje moet nog even blijven. Zo voelt ze dichterbij.

Ik heb haar vannacht tegengekomen in mijn droom, net voor ik wakker werd.

Ik besefte in mijn droom goed dat ze dood was, en ik zag ze onmiddellijk zitten in een hoekje onder een boom in het bos, ze keek naar me. Ik bukte me en nam ze vast en knuffelde ze en zei tegen haar: “maar schatje toch, ik heb je overal al gezien de laatste dagen en nu zie ik je écht terug, nu kan ik je eindelijk terug knuffelen”.

En ik gaf ze een knuffel en ik werd wakker met mijn armen in een knuffelhouding.

Ik geloof dat dieren en mensen als ze dood zijn gegaan, je komen opzoeken in je dromen. Om je te troosten en om te zeggen dat het allemaal goed gaat met hen. Om ons te helpen in ons verdriet. Dat geloof ik toch graag.

Jules and Louis blog - wat ik leerde van mijn hond - Lilly kijkend uit het raam.png

Het belangrijkste dat ze me liet voelen was haar onvoorwaardelijke liefde voor ons. En ik hoorde ooit de bekende palliatieve arts en professor Wim Distelmans (niet geheel toevallig uit Brasschaat) zeggen tijdens de serie Topdokters: “euthanasie plegen is de grootste daad van liefde die er is”. Ik bekijk het ook zo. Zij gaf mij en ons gezin 12 jaar lang haar onvoorwaardelijke liefde, nu was het onze beurt om dat te doen. En niet egoïstisch te zijn.

Ik zag het eerst niet als pijn, maar bij de dierenarts besefte ik maar al te goed dat dit de laatste keer was samen. Het volle besef kwam toen pas daar. Dat ze wél pijn had en ziek was en dat ik haar niet meer ging kunnen “oplappen”. En dat ik ze beter liet gaan.

Ze kwispelde nog. Ze keek me ook een aantal keer recht aan in mijn ogen om te zeggen dat het goed was met haar. Ik heb haar gezegd dat ik haar doodgraag zag, mijn lieveling. En dat ze mocht gaan, naar de hondenhemel. Naar haar vriendinnetje Luna.

Ik weet zeker dat ze samen gelukkig zijn. En dat haar plekje hier op aarde gemist wordt door ons, maar dat we ze nooit zullen vergeten.

Ik mis je Lilly. Ik hou van je schat.